Joeri Jansen

“Pak eens wat vaker de fiets”

Joeri Jansen, 24 jaar, groeide op met verhalen over een dunner wordende ozonlaag en smeltende ijskappen. Daar waar het bij de een het ene oor in en weer uitgaat, doet Joeri zijn best om zo duurzaam mogelijk te leven.  

“Ik zie het thema duurzaamheid niet goed genoeg terugkomen in de huidige samenleving. De oudere generatie zou dat veel meer voor het voetlicht mogen brengen. De aarde gaat eraan en we zijn onze eigen toekomst aan het verpesten. Als we niets doen, moeten we straks de dijken verhogen of bewust de Randstad laten onderlopen. Allebei scenario’s waar niemand op zit te wachten. We moeten aan duurzaamheid doen om onze huidige standaard van leven te behouden.”

Klein beginnen

“Wij zijn luxe gewend en dat brengt vervuiling met zich mee. Mijn voordeel is dat ik niet van vakanties of vliegen houd. Ik ben nooit verder gekomen dan met de auto naar Oostenrijk reizen. Dat scheelt een hoop vervuiling ten opzichte van mensen die drie keer per jaar het vliegtuig naar de andere kant van de wereld nemen. De Waddeneilanden zijn ook heel mooi. Daarnaast eet ik bewust minder vlees, gebruik ik kleding zo lang mogelijk, gooi ik geen voedsel weg en pak ik zo vaak mogelijk de fiets. Het begint bij bewustwording. Wat kun je anders doen of laten? Wat wordt jouw nieuwe normaal op het gebied van duurzaamheid? Hoe vervuilend mag een (volgende) auto zijn en ben je oké met het kopen van een huis zonder zonnepanelen? Een beter milieu begint echt bij jezelf en iedereen kan kleine stappen zetten. Pak wat vaker de fiets, ga carpoolen of doe aan ride sharing.”

Samenhang

“Ik ben ervan overtuigd dat als we met z’n allen duurzamer gaan leven we tegelijkertijd andere problemen oplossen. Denk bijvoorbeeld aan een verstandigere manier van voedsel verbouwen en zorgen voor een eerlijke verdeling ervan met transport dat de aarde zo min mogelijk vervuilt. Alles hangt met elkaar samen en zo creëren we een domino-effect.”

Lees ook de ervaringen van andere inwoners. Wat doen zij om duurzamer te leven, wonen, werken of boeren?